8/7/2012: Lezing over het Genesisdieet

Op vrijdag 8 juli 2012 zal dokter Flemming Lehrmann uit Heemstede in de kerkzaal een lezing houden over ‘het Genesisdieet’. De lezing begint om 14:00 uur en duurt (inclusief pauze) tot 16:30 uur. Toegang is gratis en iedereen is van harte welkom.

Het Genesisdieet

In het Oude Testament zijn er instructies van God te vinden over voeding en leefwijzen. Soms wordt wel gesproken van het Genesisdieet. Veel van die instructies vallen samen met moderne wetenschappelijke inzichten in de orthomoleculaire geneeskunde. In de lezing worden effecten besproken van een vitaal, enzymrijke voeding tegenover de veelal onbekende schadelijke stoffen en invloeden van onze moderne leefstijl en voedingspatronen. Denk daarbij aan de homotoxicologie (chronische darmverontreiniging), de zes witte vergiften in onze voeding en het ontgiften van lichaamsvloeistoffen. Het is wonderlijk om te zien hoeveel de Bijbel over voeding te zeggen heeft!

Woorden van Jezus als leidraad voor gezondheid

In het Nieuwe Testament zijn de woorden van Jezus en de door Hem verrichte genezingen zowel lichamelijke als psychologische handvatten voor het opbouwen van gezondheid. Jezus heeft belangrijke, diepzinnige uitspraken gedaan over gezondheid en genezing. In een tijd van mondiale crises, ernstige milieuverontreiniging en toename van chronische ziekten geven de Bijbelse inzichten ons een nieuwe (maar eigenlijk dus al eeuwenoude) dimensie om gezondheid en genezing te begrijpen. Vooral voor kinderen en jonge mensen zijn deze inzichten van groot belang voor het ontwikkelen van een gezond, weerbaar lichaam en psychisch evenwicht.

Bijbel mee!

Iedereen wordt aangeraden om een Bijbel, pen en papier mee te nemen. Het doel van de lezing is om praktische aanwijzingen te geven hoe de genoemde inzichten geïntegreerd kunnen worden in een moderne leefstijl. Er zal ruim gelegenheid zijn om vragen te stellen. Zowel jongeren als ouderen zijn welkom.

Doorgegeven (4): Ontboezeming

« Terug naar Doorgegeven (3): Lofrede

In januari stond bij de leeskring Doorgegeven het hoofdstuk ‘Voorlopige ontboezeming’ uit Kierkegaards ‘Vrees en Beven’ op het programma. Het is de bedoeling van Kierkegaard om het dialectische dat in het verhaal van Abraham schuilgaat (en dat licht werpt op wat geloof en geloven is) naar voren te halen aan de hand van drie problemata.

‘Problemata’ kun je vertalen met ‘problemen’; in filosofische zin zijn het pogingen om het problematische juist verwoord te krijgen. Maar, voordat het zo ver is, wil Kierkegaard eerst, in een soort tussenhoofdstuk, een voorlopige ontboezeming aan ons kwijt.

Hij ‘bekent’ dat hij Abraham slechts kan bewonderen. Maar volgen (zowel naar de Moria al in zijn ‘beweging van het geloof’) kan hij niet. ‘Ik kan de beweging van het geloof niet maken, ik kan mijn ogen niet sluiten en mij vol vertrouwen in het absurde storten. Het is mij onmogelijk, maar trots ben ik daar niet op.’ (Trots, alsof hij het geloof overwonnen zou hebben.) Wel stelt Kierkegaard ervan overtuigd te zijn dat God liefde is. Deze gedachte heeft voor hem een oorspronkelijk en een door niets op te heffen geldigheid. ‘Maar ik geloof niet. Daarvoor ontbreekt me de moed.’

Kierkegaard stelt dat Gods liefde incommensurabel (onvergelijkbaar, onderling onmeetbaar) is met heel de werkelijkheid. Verder doet hij uit de doeken dat het hem niet aan het vermogen ontbreekt om te resigneren (afstand te doen). Zo zou hij, in Abrahams schoenen staand, Gods oproep hebben beantwoord om ook af te reizen naar de berg Moria. ‘Ook het mes had ik niet vergeten, om daarmee enig uitstel te winnen. Maar tegelijk weet ik wat ik verder nog gedaan zou hebben. Op hetzelfde moment dat ik mijn paard besteeg, zou ik tegen mezelf hebben gezegd: ‘Nu is alles verloren, God eist Isaak op, ik zal hem offeren, en met hem al mijn vreugde.”

Hierin laat hij zien dat resigneren (afstand doen van wat onmiddellijk comfortabel is, maar wat je weghoudt bij je bestemming) en geloven niet hetzelfde zijn. Het eerste kan Kierkegaard omdat hij zichzelf serieus neemt en zich weigert te narcotiseren met lafheid en het zoeken van uitvluchten. Het tweede niet. Geloven is vasthouden aan de uitkomst zonder deze voor ogen te zien.

Er is om te resigneren geen geloof nodig, zegt Kierkegaard. Dit in weerwil van wat men vaak denkt (ascese, onthouding). De resignatie houdt hiermee verband dat ieder mens ertoe geroepen is zijn eigen censor (beoordelaar) ter zijn. “Deze beweging [de beweging van de resignatie] maak ik door mezelf en wat ik daarmee win is mijn zelf in mijn eeuwige bewustzijn. Door het geloof doe ik nergens afstand van. Integendeel, door het geloof verwerf ik alles, en wel precies in die zin als gezegd wordt dat wie geloof heeft zo klein als een mosterdzaadje, bergen verzetten kan (Matteüs 17).” Verderop verwoordt Kierkegaard: “Door het geloof deed Abraham geen afstand van Isaak, maar door het geloof verkreeg hij Isaak.”

Het geloof brengt hem de toekomst. Een toekomst die hij niet ziet, maar die God hem belooft (zonder deze in het vooruitzicht te stellen!). “Door het geloof”, vat Kierkegaard samen, “verkrijgen wij, krachtens het absurde.”

De kritiek op het bestaan verplicht ons paal en perk te stellen (te resigneren). Maar met en voor God bestaan doen wij daarmee nog niet. Kierkegaard: “Laten we dan een streep halen door Abraham, of leren verschrikt te raken door die ontstellende paradox die de betekenis van zijn leven uitmaakt, zodat we zullen begrijpen dat onze tijd, blij mag zijn als hij geloof heeft.” Het geloof, besluit Kierkegaard, is een paradox waarvan geen denken zich meester maakt, omdat het geloof juist daar begint waar het denken ophoudt.

Zeven mensen voor de Stille Week

We gaan de week voor Pasen in. Zondag 28 maart is het Palmzondag en dan staat in de kerken het verhaal centraal van Jezus’ intocht in Jeruzalem. Op een ezel rijdt hij de stad binnen, terwijl de mensen ‘Hosanna’ roepen, ‘hosha na’, ‘red ons nu’. In de dagen die daarna komen krijgt het verhaal een steeds donkerder wending, en uiteindelijk lezen we op Goede Vrijdag hoe Jezus sterft aan het kruis, als een misdadiger terechtgesteld.

Een persoon voor elke dag

Voor wie de behoefte heeft om wat intensiever de Stille Week door te maken, hieronder ‘een persoon voor elke dag’. Er is voor iedere dag in de week een Bijbellezing opgenomen waarin een bepaald persoon centraal staat. Meestal vertelt de Bijbel niet zo veel over die personen, maar zij zien allemaal iets van Jezus in zijn laatste dagen. Op heel verschillende manieren.

Een andere beleving voor elke dag

Neem, na het lezen van de tekst, per dag zeker vijf tot tien minuten om je in te leven in de betreffende persoon. Probeer je in te leven op welke manier die persoon het lijden en sterven van Jezus zal hebben beleefd. Was hij of zij erbij? Of hoorde hij of zij het pas later? Wat zal er in die persoon zijn omgegaan? De blinde Bartimeüs, bijvoorbeeld: een van de eerste dingen die hij zag na een leven van blindheid, was Jezus’ lijden en sterven. En die misdadiger die naast Jezus aan het kruis hing? Elke persoon heeft zijn of haar eigen perspectief, zijn of haar eigen geschiedenis en karakter, zijn of haar eigen beleving. Maar het is dezelfde Jezus aan wie zijn zich verbonden weten. Heel het lichaam: je zult merken dat je na een week een veel rijkere blik hebt gekregen op Jezus Christus en op de laatste dagen voor zijn sterven.

Rooster voor elke dag

Basiscatechese: ontdek de Bijbel

Wat is er zo bijzonder aan de Bijbel? Wat is er speciaal aan Jezus? Waarom gaan we eigenlijk naar de kerk toe? Vragen die niet alleen volwassenen stellen, maar ook kinderen. Op woensdag 3 maart start voor de kinderen uit groep 7 en 8 van de basisschool, de basiscatechese. De basiscatechese is een ‘minicursus’ van vier avonden en laat kinderen van 11-12 jaar op een uitnodigende manier kennismaken de Bijbel en het christelijk geloof.

Wat is basiscatechese?

Zit je in de laatste klassen van de basisschool, dan vind je het misschien wel leuk om mee te doen met de ‘basiscatechese’. Dat is een lastig woord voor een aantal avonden waarop we samen met andere kinderen naar de Bijbel gaan kijken. De andere kinderen komen uit onze kerk, maar ook uit de Protestantse wijkgemeente Centrum. De basiscatechese is op elke woensdagavond in maart, van zeven uur ’s avonds tot kwart voor acht. Het wordt gezellig en we gaan ook mooie dingen leren! Wij hebben er veel zin in!

Meer weten?

Vragen kun je stellen aan ds. Sietse van Kammen (vankammen[at]luthersekerkhaarlem.nl) of ds. Bernard Luttikhuis.

Locatie en data

De avonden vinden plaats in het “Jeugdhonk”, aan het Nieuwe Kerksplein 28 in Haarlem. Dit zijn de data:

  • Woensdag 3 maart, 19.00 – 19.45 uur
  • Woensdag 10 maart, 19.00 – 19.45 uur
  • Woensdag 17 maart 19.00 – 19.45 uur
  • Woensdag 24 maart 19.00 – 19.45 uur

Doorgegeven (3): Lofrede

In december stond bij de kring ‘Doorgegeven’ het hoofdstuk ‘Lofrede op Abraham’ van Kierkegaards ‘Vrees en beven’ op het programma. Dit hoofdstuk start Kierkegaard met een wat abstracte en filosofische verhandeling over ‘de held’ en ‘de dichter’. Zij vallen voor Kierkegaard niet samen, maar hebben elkaar wel nodig. Zonder de dichter raakt de held in de vergetelheid. De dichter is de ‘genius van de herinnering’, degene die de ode aan de held schrijft, die zorgt dat ‘de held’ bij mensen in herinnering blijft. Wanneer de dichter zich, door de tijd, de held niet laat ontfutselen dan heeft hij zijn taak vervuld en wordt hij met de held verenigd. (Denk aan ‘de held’ Oddyseus en ‘de dichter’ Homerus.)

De held

‘De held onderscheidt zich, verdient het om niet vergeten te worden. Groot werd de held door zijn surplus, groot werd de held door zijn overgave.’ Maar, stelt Kierkegaard, ‘wie God liefhad werd groter dan allen’. De held onderscheidt zich in het waarmaken van de verwachting waaruit hij leeft. ‘Groot werd de een door de verwachting van het mogelijke, een ander door de verwachting van het eeuwige. Maar,’ brengt Kierkegaard in, ‘wie het onmogelijke verwachtte werd groter dan allen.’ En: ‘Groot werd hij die met de wereld streed en die overwon, groot werd hij die met zichzelf streed en zichzelf overwon. Maar wie met God strijd is groter dan allen.’ Dat is de wat cryptische conclusie van Kierkegaard, als inleiding om duidelijk te kunnen maken hoe hoog hij de bijbelse Abraham schat.

‘Er was er een’, vervolgt hij, ‘die op zichzelf steunde en overwon; er was iemand die vertrouwend op eigen sterkte alles opofferde, maar wie God vertrouwde was groter dan allen.’ Kierkegaard besluit dit fragment met: ‘Abraham was groter dan allen: groot door de kracht waarvan de sterkte onmacht is, groot door de wijsheid waarvan het geheim dwaasheid is, groot door de hoop waarvan de vorm waanzin is, groot door de liefde, die haat is tegen zichzelf.’

Over ‘zelfhaat’ ontwikkelde zich een flinke discussie in onze kring. Kan God ‘zelfhaat’ verlangen? Tussentijdse conclusie: alleen als het getuigt van de liefde die ‘groot’ maakt, kan het iets betekenen dat niet slecht is.

De uitverkorene

Kierkegaard vervolgt met een soort resumé: ‘Door het geloof trok Abraham weg uit het land van zijn vaderen en werd een vreemdeling in het land van de belofte. Een ding liet hij achter, een ding nam hij mee: zijn aardse verstand liet hij achter en het geloof nam hij mee. Anders zou hij ook niet zijn weggetrokken, maar zou hij gedacht hebben: dit is onzinnig.’

Ondanks alles is Abraham niet een verworpene, maar de uitverkorene. Uitverkoren, gekozen, om het leven te dragen. Abraham kan dit, ver weg van alles wat vertrouwd en eigen is, door te geloven en vast te houden aan de belofte. ‘Hij die altijd het beste hoopt, wordt oud door het leven bedrogen. En hij die altijd op het slechtste is voorbereid, wordt vroeg oud. Maar hij die gelooft bewaart een eeuwige jeugd. Geprezen zij daarom dit verhaal!’

Het is niet zozeer een wonder dat hun verwachting werd vervuld, maar een wonder van geloof, dat Abraham en Sara beide (in geest) jong genoeg waren om het ouderschap nog te wensen en dat het geloof hun wens had bewaard. Het geloof dat hem, Abraham, gebracht heeft waar hij is (in een vreemd land, maar gezegend onder Gods hemel) wordt bekrachtigd in een zoon: Izaäk. Hij is niet alleen de zoon waar zij op wachtten, het is ook de zoon van de belofte van God. Zeg maar: de zoon waaruit al het leven voort zal komen. Hij is hun toekomst.

De beproeving

De beproeving die volgt, de opdracht die Abraham ontvangt om Izaäk te offeren, beschrijft Kierkegaard als het drama dat God van ons (mensen met een ‘gezond verstand’) van God vervreemdt. Maar Abraham geloofde en blijft erop vertrouwen dat God het is die hem beproeft. Niet met het zicht op een onverwachte wending die alles alsnog ten goede zal keren, maar omdat dit de God is die hem geroepen heeft.

Kierkegaard schetst dat Abraham naar onze perceptie, heel goed en begrijpelijk, anders had kunnen handelen. Hij had het zwaard in zijn eigen borst kunnen boren. Hij had op de berg Moria, door twijfel bevangen, God kunnen uitdagen met zijn gebeden. Hij had zijn knecht Eliëzer opdracht kunnen geven om met hen rechtsomkeer te maken. ‘Maar hij vervolgde de weg, besteeg de berg, wette het mes en hief zijn arm…’

Het geloof

Het hoofdstuk eindigt met de lofrede die Abraham niet nodig heeft om getroost te worden voor zijn verlies. ‘Jij hebt immers alles gewonnen en Izaäk behouden.’ Kierkegaard meent dat Abraham geen late vereerder – zeg maar, geen late ‘dichter’ zoals Kierkegaard – nodig heeft om aan de vergetelheid onttrokken te blijven. Abraham is dus meer dan een klassieke held die altijd een dichter nodig heeft. (Kierkegaard blijft dus een dichter zonder held.) ‘Want iedere taal gedenkt jou – en toch beloon je ieder die je liefheeft heerlijker dan wie ook. Jij maakt hem daarboven [de mens die jou bij leven liefhad] gelukkig in je schoot, hier boei je [de mens die je bij leven lief heeft] zijn oog en zijn hart met het wonderbaarlijke van wat je deed.’

Kierkegaard roemt Abraham om de hartstocht, ‘die de strijd met het razen van de elementen versmaadt [en daardoor geen held wordt] om met God in strijd te gaan [en daarmee wordt tot een gelovige].’ Kierkegaard eindigt met ‘nooit zal door hem [Kierkegaard zelf, als dichter zonder held, maar met een gelovige op het netvlies] vergeten worden dat jij [Abraham] honderd jaar nodig hebt gehad om tegen de verwachting in een zoon van je ouderdom te verkrijgen, dat jij eerst het mes moest trekken voordat je Izaäk mocht behouden. Hij zal nooit vergeten dat jij in honderddertig jaar niet verder kwam dan bij het geloof.’ Het laatste woord van dit inleidende hoofdstuk is datgene waar alles in het boek om draait; het enige thema.

Deze website gebruikt cookies Info »

Europese wetgeving verlangt dat de volgende informatie aan u kenbaar wordt gemaakt:

Deze website maakt standaard gebruik van cookies om zo optimaal mogelijk te functioneren. Door op 'Accepteer' te klikken of deze site verder te bekijken stemt u daarmee in. Stemt u niet in, verander dan de cookie-instellingen van uw browser.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Sluit (close)