Stap 2| Zenden – jezelf presenteren op internet

Geplaatst op 03-05-2010 door Martijn Arnoldus

« Terug naar Stap 1| Wie – en niet wat – is de kerk op internet

Na het ecclesiologische (=theologisch nadenken over de kerk) uitstapje nu weer een terugschakeling naar de wereld van het internet. Bij ‘zenden’, de eerste vorm van participatie op het web gaat het er kort gezegd om dat je op internet je ei kwijt kunt. Het is een platform waar je je kunt presenteren zoals je zelf wilt en waar je de boodschap kwijt kunt waarvan je graag wilt dat anderen hem horen. En dat alles zonder dat er werkelijk interactie ontstaat tussen de zender en de ontvanger.

Tegenwoordig wordt zenden in verband gebracht met de begindagen van het internet. Dat komt doordat het internet steeds meer mogelijkheden biedt tot interactie. Statische websites uit de jaren negentig hebben plaatsgemaakt voor sites waarop bezoekers reacties kunnen achterlaten, en met elkaar in gesprek gaan. Die ontwikkeling wordt wel de overgang van ‘web 1.0’ naar ‘web 2.0’ genoemd. De statische website die ‘af’ is, is vervangen door interactieve webplekken die voortdurend in ontwikkeling zijn. De tijd dat het internet een plek was waar de een iets plaatste en een ander wat kwam halen is voorbij.

Waarom zenden niet verdwijnt

Al die interactiviteit, waarbij internetgebruikers op elkaar reageren en ‘prosument’ zijn (zowel consument als producent), betekent niet dat het zenden op zijn retour is als participatievorm. Verre van. Juist in een omgeving waar mensen en organisaties op allerlei verschillende forums, websites en communityplatforms met elkaar in interactie treden, ontstaat behoefte aan een ‘vaste webstek’. Hoe meer mensen of organisaties interactief worden op internet, hoe meer lijken zij een plek (website, weblog) te willen hebben waarop ze zichzelf kunnen voorstellen en kunnen laten zien waar op het web zij allemaal actief zijn.

Zo’n vaste plek vervult een spilfunctie bij de internetparticipatie. Het hoeft trouwens geen eigen website te zijn, maar kan net zo goed de vorm hebben van een weblog of Hyves- of Facebookpagina. En het hoeft geen statische plek te zijn die nooit verandert en waar niemand een reactie kan achterlaten. De essentie van een eigen plek op internet is dat je er zelf de baas bent over wat je wel en niet publiceert, en dat je zelf bepaalt hoe een ander wel en niet mag bijdragen. Zenden krijgt daarmee hoofdzakelijk het karakter van zelfpresentatie – je laat zien wie je bent, wat je drijfveren zijn, en welke boodschap je voor anderen hebt.

Hoe de kerk zendt

De meerderheid van de Nederlandse kerken zendt ook op die manier en doet dat via een eigen website. Een typische opening op websites van plaatselijke gemeenten is zoiets als ‘Welkom op de site van… Hier vindt u informatie over wie we zijn en over onze activiteiten’. Wat de lokale gemeente vervolgens verder van zichzelf presenteert varieert. Er zijn, een beetje generaliserend, zeven typen informatie die kerken op internet zenden.[1] Natuurlijk kunnen er meer of minder typen worden gedefinieerd, maar zeven past nu eenmaal mooi bij het christelijk geloof.

  1. De verkondiging. Hoewel Jos Douma terecht opmerkt dat kerken een boodschap hebben, zijn er verrassend veel kerken die via internet juist zeer weinig melden van waar zij als geloofsgemeenschap voor staan. Daar staat tegenover dat er ook kerken zijn wiens website volledig door de presentatie van het Evangelie in beslag wordt genomen (vaak in flitsende kleuren en omrand met veel duiven, bloemen en dergelijke), en bij wie je lang kunt zoeken naar informatie over wie er eigenlijk aan het woord is.
  2. Het gebouw. Met stip op één bij de visuele presentaties van kerken op het web. Sommige kerken lijken een voorschot te nemen op verdere ontkerkelijking door op hun website hoofdzakelijk aandacht te schenken aan een leeg, monumentaal gebouw.
  3. De activiteiten. Dat is dan de nummer één bij de tekstuele presentaties. Er zijn kerken die zonder verdere toelichting een lijst van activiteiten op hun website publiceren. Net als onder het eerste punt komt dan de vraag op: wie zit daar achter?
  4. De mensen. Een minderheid van de kerken op het web staat uitgebreid stil bij wie er in de kerk actief zijn, bijvoorbeeld via interviews, profielen en getuigenissen.
  5. Het inwendig gebruik. Ik heb ‘inwendige zending’ altijd een wat vreemde term gevonden die volgens mij voor geen buitenstaander te begrijpen is. Dat is ook een type info dat kerken graag ventileren: insider nieuws, het liefst gebracht in kerkelijke taal.
  6. Het organogram. Websites van met name rooms-katholieke parochies hebben er nog wel eens een handje van om zeer uitvoerig de formele organisatiestructuur van de parochie uit te schrijven.
  7. De leider. Daarmee is dan niet Jezus bedoeld, maar de voorganger. Soms vraag je je bij zulke sites af of je nu op een persoonlijke website van het voorgangerechtpaar terecht bent gekomen of toch bij die van een kerkelijke gemeente.

De kerk als gemeenschap presenteren

Afhankelijk van persoonlijke voorkeuren kan elk genoemd type in de smaak vallen of juist enorm tegenstaan. Daar wil ik, meer dan hierboven al gedaan, geen oordeel over vellen. Het is evenmin mijn bedoeling om tips te geven over grafische vormgeving of de manier waarop mensen een website (niet) bekijken. Aanwijzingen daarvoor gaan op internet voldoende rond – ook voor kerken. Zie de post over tips en links voor webmasters. (Deze tekst is trouwens helemaal geen goed voorbeeld. Veel te lang voor een blogpost, als het op internetregels aankomt…)

Maar ik heb eerder wel aangegeven kerk en internet te zien in de context van de kerk als gemeenschap van levende stenen. De vraag die daarbij naar voren komt is hoe kerken zichzelf (beter) kunnen presenteren als gemeenschap. Een aantal ideeën daarvoor staat centraal in het laatste stuk van deze post. Het zal niet verbazen dat punt vier, de mensen, daarbij centraal in het vizier komt (wat mij betreft overigens zonder tekort te doen aan punt 1, de verkondiging. Want de kerk heeft de opdracht om een getuigende gemeenschap te zijn). Er zijn, naar mijn idee, twee manieren waarop de kerk zich als gemeenschap kan presenteren: gemaakt en authentiek. Het voelt misschien onnatuurlijk, maar die twee manieren gaan uitstekend samen.

Het gemaakte online gezicht van de kerk

De eerste manier is door op het web met verschillende typen content (tekst, foto, video) een afspiegeling te maken van hoe de gemeente er ‘offline’ uit ziet. De ontwerper of webmaster moet zich bij het uitwerken van het concept steeds bewust zijn van de gewenste uitstraling van de website. Zo maar een paar tips:

  • De eenvoudigste vorm is om te vertellen dat de kerk een gemeenschap is. Een opening in de trant van ‘Wij zijn een geloofsgemeenschap van christenen die onderweg zijn met God’ komt al een stuk aansprekender over dan ‘Op deze website kunt u informatie vinden over alle diensten van de wijkgemeente’.
  • Nog beter is om te vertellen hoe de kerk een gemeenschap wil zijn. Neem een ‘over ons’ pagina op waarin je uitlegt waarom je samen gemeente bent, wat je samen deelt.
  • Het oog wil ook wat. Foto’s en video waarop mensen te zien zijn geven veel sneller de indruk van een gemeenschap dan foto’s van lege gebouwen. Stop de foto’s met mensen er op niet weg in een online foto-album, maar geef de foto’s een plek in de basisopmaak. Zie ook Het online gezicht van de kerk.
  • Publiceer (geschreven) portretten van mensen uit de gemeente op de website. Het hoeft echt niet meteen om getuigenissen van bijzondere bekeringen te gaan.
  • Maak veel gebruik van de wij-vorm. ‘Als gemeente hebben we…’ komt persoonlijker over dan ‘De kerkenraad stelt zich op het standpunt dat…’ of ‘De wijkgemeente komt op zondag bijeen…’
  • Vergeet nooit dat de website openbaar is. Bij alles is het belangrijk om niet uit het oog te verliezen dat websites in principe voor elke internetgebruiker benaderbaar zijn. In de gemeente zijn er altijd zaken die in vertrouwen gedeeld worden. Sommige kerken zetten hun volledige kerkblad, met adressen, overlijdens, huwelijken en geboorten open en bloot op internet. Geeft wel het idee van een gemeenschap, maar is misschien niet helemaal de bedoeling… Van de andere kant, voorkom het vervallen in kerkelijk jargon en andere insidergebruiken. Je wilt immers wel dat de buitenstaander begrijpt wat je presenteert.

Hoewel de bezoeker van de site met de gemaakte manier wel direct wordt geconfronteerd met de kerk als gemeenschap, blijft het een afspiegeling. De kerk wordt gepresenteerd als een groep mensen, maar in die presentatie blijft de gemeenschap zelf passief.

Dat kan best anders.

Het authentieke online gezicht van de kerk

De tweede manier om bij het online presenteren van de kerk iets van het wezenlijke karakter van de kerk als gemeenschap zichtbaar te maken, is door die gemeenschap mee te laten werken aan de site. Het gaat dan niet langer om een afspiegeling, maar de gemeenschap wordt zichtbaar in hoe de website tot stand komt en in wat er op gebeurt. Opnieuw een paar tips, waarbij ik moet toegeven dat we vanaf hier een terrein begeven waar voor mij de praktijkervaring geleidelijk plaatsmaakt voor ideeën en goede voornemens:

  • Schrijf met meerdere personen, en maak zichtbaar dat er verschillende auteurs zijn. Neem bijvoorbeeld een pasfoto op van de auteur, of een profielpagina.
  • Maak het voor – in elk geval – mensen uit de kerk mogelijk om te reageren op bijdragen op de website.
  • Geef de website een blogstructuur waarop mensen uit de kerk een eigen bijdrage kunnen plaatsen (‘posten’), die op de een of andere manier verband houdt met waar je als kerk voor staat en mee bezig bent. Dat kan bijvoorbeeld een opiniestuk zijn, een verslag of een stelling.
  • Link op de website naar je eigen groepspagina op Hyves, Facebook, Ning of andere social community. Beter nog: toon op de website een overzichtje van de laatste activiteiten op die groepspagina.
  • Maak zichtbaar waar en hoe mensen elders op internet namens de kerkelijke gemeente actief zijn. Het liefst niet alleen door te vermelden dat bijvoorbeeld iemand ‘schrijft voor de website van de daklozenopvang’, maar door een link op te nemen naar de nieuwste berichten, of een intro van die berichten te tonen. Mensen zijn lang niet altijd actief voor de website van de gemeente, maar probeer als webredactie uit te vinden waar op internet zij dat eventueel wél zijn.

De gemaakte manier komt in de praktijk meer voor dan de authentieke. Er zijn bijvoorbeeld maar heel weinig kerken die een reageerfunctie hebben bij hun online publicaties. Vermoedelijk spelen één of meer van de onderstaande drie hordes mee. Zo niet, dan is er niets dat experiment in de weg staat.

  1. De kerkenraad wil niet. Er zijn kerken waar de kerken-, oudstenraad of het parochiebestuur strak uitstippelt hoe internet wel en niet voor de kerk gebruikt mag worden. Soms speelt de angst mee dat officiële standpunten en leerstellingen verkeerd worden uitgedragen. Internet heeft inderdaad het risico dat niet iedereen met één mond spreekt. Als je dat risico niet wilt nemen dan komt het internet vast bedreigend over.
  2. De redactie wil niet. Dat is dan waarschijnlijk om te voorkomen dat de website een zootje wordt. Toch kan een redactie heel goed een aansturende en stimulerende rol vervullen in een kerkelijke gemeenschap. Je hoeft als redactie niet altijd alles helemaal zelf te willen doen.
  3. De gemeenschap wil niet. Het zou best kunnen dat dit de meest voorkomende horde is. Het aantal mensen dat voor de kerk actief met internet aan de slag kan en wil, is over het algemeen niet groot. Ik weet zelf hoe lastig het is om enthousiasme los te weken, maar dat mag geen reden zijn om de gemeente dan maar niet te betrekken. Webredacties hebben wat dat betreft hun eigen ‘zendingsveld’.

De vaste webplek van de kerk kan uit beide manieren om zich als gemeenschap te presenteren voordeel halen. De gemaakte manier helpt om de aandacht van bezoekers direct te richten op de kerk als levende gemeenschap. De authentieke manier maakt van de internetpresentie een verlengstuk van de gemeenschap. Die manier steunt bovendien rechtstreeks op de twee andere participatievormen die voor kerken interessant zijn. Tijd om over te schakelen naar Stap 3: verbinden – zichtbare connecties met anderen .

« Terug naar Stap 1| Wie – en niet wat – is de kerk op internet


[1] In de afgelopen drie jaar loofde de IKON in samenwerking met een in samenstelling wisselende groep partners de zogeheten Webfish Awards uit voor de beste christelijke internetbijdrage in het Nederlandse taalgebied. Een terugkerende categorie is die van plaatselijke kerkelijke gemeenten. De aanmeldingen geven een aardig overzicht van de stand van de lokale kerkwebsite in Nederland. Je hoeft overigens maar kort te googelen om erachter te komen dat het er in het buitenland niet veel anders aan toegaat.

1 reactie op “Stap 2| Zenden – jezelf presenteren op internet”

  1. Paul vd Steen zegt:
    12-05-2010 om 17:30 uur

    Nou, nog eentje dan:
    ‘En het hoeft geen statische plek te zijn die nooit veranderd en waar niemand een reactie kan achterlaten.’
    …….. met een ‘t’

Laat een reactie achter