Het ligt voor de hand om te starten met wat die drie vormen van participatie inhouden en welke instrumenten er op het web voor beschikbaar zijn. Toch is dat niet het handigste startpunt. Het feit dat veel kerkelijke gemeenten een ongemakkelijke omgang met internet hebben door onbekendheid met de mogelijkheden van het medium is namelijk slechts één deel van het verhaal.
De andere kant van het verhaal
Minstens net zo problematisch is voor de kerk de vraag wie zij op internet is of kan zijn. Kies tien willekeurige websites van kerkelijke gemeenten uit en de kans is groot dat je een uitstekend beeld krijgt van tien lege (!) kerkgebouwen, en waarschijnlijk ook van activiteiten die daar plaatsvinden, maar dat je weinig zicht hebt op de mensen die er regelmatig komen. Het internet confronteert kerken vroeg of laat met hun wezenlijke identiteit, want daaruit vloeit voort hoe een kerk op internet present kan en wil zijn. Kerk op internet start daarom met zelfreflectie: wie of wat is de kerk?
Liever wie dan wat.
Zonder verstrikt te willen raken in het wespennest van verschillende opvattingen over een precieze definitie van kerk, is het wel goed om op te merken dat de kerk eerst en vooral een gemeenschap van mensen is. En geen organisatie, instituut of gebouw.
Wie is de kerk?
Het Griekse woord dat in de meeste bijbelvertalingen vrijwel overal als ‘kerk’ wordt vertaald, is ekklesia. Dat woord werd algemeen gebruikt om bijeenkomsten aan te duiden waarvoor een bepaalde groep mensen was samengeroepen. Ekklesia komt van ek (uit) en kaleo (roepen, noemen). In het Nieuwe Testament is ekklesia de geloofsgemeenschap die samenkomt voor, met en rond Jezus Christus. Het is een gemeenschap die God ontmoet en die onderlinge ontmoeting heeft. Het is bovendien een gemeenschap die zich geroepen weet om met de wereld, met anderen, te delen wat haar bezielt en welke onovertrefbare boodschap van genade God in Jezus Christus voor mensen heeft. Als het goed is, is de kerk dus ook een gemeenschap die open is, en steeds nieuwe mensen ontmoet.
De apostel Petrus schrijft dat God een geestelijke tempel bouwt met ‘levende stenen’ – met mensen.[1] In zijn brief aan de gelovigen in Efeze is de apostel Paulus nog duidelijker als hij schrijft dat Jezus Christus als hoofd is aangesteld en de kerk is als zijn lichaam.[2] Elders noemt hij geloofsgenoten letterlijk ‘huisgenoten van het geloof’.[3] De kerk bestaat dus niet uit los zand, uit een optelsom van individuen, maar uit mensen die iets fundamenteels met elkaar delen. Die elkaars huisgenoten en zelfs broers en zussen zijn. Er is sprake van een ‘common unity’, een community, of zoals het Grieks in het Nieuwe Testament het uitdrukt, koinonia.[4]
In de breedte van de kerk is er de laatste jaren groeiende aandacht voor de diepte van koinonia, dat in vertaling meestal iets van ‘samenzijn’ of ‘verbondenheid’ wordt.[5] Zoals John Stott opmerkt in ‘The living church’ wordt koinonia daarmee veel te oppervlakkig opgevat; als vluchtig contact of een gemeenschappelijk lidmaatschap.[6] Hij ziet drie lagen van gezamenlijkheid in koinonia: waar we samen in delen (de genade van Vader, Zoon en Heilige Geest), wat we samen delen met de buitenwereld (als geloofsgetuigen) en wat we met elkaar delen (onze verantwoordelijkheid om elkaar lief te hebben). Koinonia heeft dus geen betrekking op een passief delen van bepaalde kenmerken, maar heeft iets actiefs, iets gemeenschapsvormends. Gemeentestichters en kerkvernieuwers uit uiteenlopende hoek zoals Tim Keller, Stuart Murray en Frank Viola stellen gemeenschapsvorming zelfs voorop, als een directe afspiegeling van Gods eigen, drie-enige wezen.[7]
Context voor zenden, verbinden en converseren
Het is nu niet de plek om dieper op zulke gedachten in te gaan. Dat geldt net zo voor de vraag in hoeverre we in onze plaatselijke gemeenten, in landelijke kerkverbanden en over kerkmuren heen tevreden mogen zijn over de mate waarin het gemeenteleven in de praktijk aansluit bij het beeld dat het Nieuwe Testament uittekent.
Ik wil alleen een fundamenteel startpunt aangeven voor kerken die op internet actief willen zijn. Als je je laat leiden door wat de technologie mogelijk maakt, dan loop je kans daarin jezelf te verliezen. Een website bouwen omdat iedereen het nu eenmaal doet of een hyve starten omdat het populair is, zet geen zoden aan de dijk als je niet start bij wie je (samen) bent. Zenden, verbinden en converseren zet ik daarom in de context van een kerk die uit levende stenen bestaat. Dat perspectief is verrassend zeldzaam in het denken over kerk en internet. Maar het kan wel heel verrijkend zijn – zoals de volgende posts proberen duidelijk te maken.
» Door naar Stap 2| Zenden: jezelf presenteren op internet
[1] 1 Petrus 2: 4-5.
[2] Efeziërs 1: 22-23.
[3] Galaten 6: 10.
[4] Bijvoorbeeld Handelingen 2: 42, 1 Johannes 1: 6-7.
[5] Voorbeelden van bewegingen die de waarde van gemeenschap benadrukken zijn de Simple church movement, Organic church, Emerging church en allerlei huiskerkbewegingen. Binnen de Protestantse Kerk Nederland is een soortgelijke nadruk op onderlinge relaties terug te vinden bij het Evangelisch Werkverband, dat met Gemeente Groeigroepen (GGG’s) de huiskamerkringen als basisbouwstenen voor de lokale gemeente positioneert.
[6] John Stott (2007) The living church. Convictions of a lifelong pastor. Nottingham: Inter-Varsity Press
[7] Tim Keller (2008) The reason for God; Belief in an age of skepticism. New York: Penguin Group, Stuart Murray (2001) Church planting; Laying foundations, Scottdale (PA): Herald, Frank Viola (2009) Finding organic church, Colorado Springs (CO): David C. Cook.

[...] een serie posts aan het schrijven over de kerk en internet: Het online gezicht van de kerk en Wie – en niet wat – is de kerk op internet zijn de twee eerste bijdragen. Wat me bij Martijns visie heel erg aanspreekt is zijn nadruk op de [...]
Ik ben nog aan het lezen, maar het laatste woord moet met een ‘t’ ….
Het is bovendien een gemeenschap die zich geroepen weet om met de wereld, met anderen, te delen wat haar bezield ….
Na 4 alinea’s heb ik de tekst gekopieerd naar mijn PC en in een duidelijk lettertype geset om het te kunnen lezen ….
Geef een advies mee om een duidelijk lettertype te gebruiken.
Wat wordt bedoeld met:
‘Maar het kan wel heel verrijkend zijn – zoals de volgende posts proberen duidelijk te maken.” ?
Ik geen verder geen commentaar meer.
Van de d naar de t. Is aangepast.