Onze ouderenpastor volgde begin 2009 de cursus ‘Lutherana’, over de ins en outs van Luther, zijn leven, gedachten en de van de traditie die haar naam aan hem ontleent. In negen ‘posts’ komen de belangrijkste onderwerpen uit de cursus voorbij. In deze post: Lutheranen tegenover Calvinisten in Antwerpen.
Omstreeks 1530 was het protestantisme in de Nederlanden al vrij sterk vertegenwoordigd. In Antwerpen was zelfs al een lutherse gemeenschap die contacten onderhield met Luther. Deze verbood om tegen de toestemming van de overheid kerkdiensten te organiseren. Slechts huisbijeenkomsten waren geoorloofd.
Een aantal edelen vroeg via een smeekschrift op 5 april 1566 aan landvoogdes Margaretha van Parma om de inquisitie en de plakkaten tegen de ketters op te heffen. In juli arriveerde Willem van Oranje in Antwerpen. Hij vroeg alle protestanten zich te richten naar de Augsburgse confessie. De avondmaalsopvatting hield de calvinisten en lutheranen echter gescheiden. Calvinisten scholden lutheranen uit voor “bloeddrinkers en vleeseters”.
Op 18 augustus na de Mariaprocessie bestormde het volk van Antwerpen de kerken en vernielde de beelden. Ook vonden plunderingen plaats. Lutheranen deden aan deze beeldenstorm niet mee. Misschien eerder een sociale kwestie dan een principiële. Lutheranen waren veelal vermogende kooplieden, terwijl de plunderende calvinisten meestal arm waren en zelfs honger leden. Een gevolg van de opstand was dat de protestanten gedeeltelijk hun zin kregen. Willem van Oranje tekende zowel met de calvinisten als de lutheranen een contract waarin toestemming werd verleend in het openbaar kerkdiensten te houden. De lutheranen mochten voor hun 4000 leden zelfs drie kerken bouwen. Tevens lieten ze vier predikanten overkomen uit Duitsland: vier doctoren uyt Duytsland die de rechte ordeninghe der Confessie van Augsburch aanhingen. Zo ontstond in 1566 de eerste lutherse gemeente in de Nederlanden.
Lang heeft het echter niet geduurd. Begin 1567 kwam de landvoogdes met een verbod. Oproer was het gevolg. De prins van Oranje stond nog aan de kant van zijn koning. Hij deed een beroep op de lutheranen om de stad en de koning trouw te blijven. Zo ontstond een meerderheid en moest de calvinistische minderheid wijken. Het werd de lutheranen nog lang kwalijk genomen dat ze partij hadden gekozen voor de Spaanse overheid en tegen de calvinisten. In hetzelfde jaar was het afgelopen met de protestante diensten. Ondertussen naderde Alva met zijn soldaten om orde op zaken te stellen. Willem van Oranje voelde zich niet meer veilig en verliet Antwerpen. De meeste lutheranen gingen naar de Noordelijke Nederlanden of keerden terug naar lutherse gemeenten in Duitsland.