Onze ouderenpastor volgde begin 2009 de cursus ‘Lutherana’, over de ins en outs van Luther, zijn leven, gedachten en de van de traditie die haar naam aan hem ontleent. In negen ‘posts’ komen de belangrijkste onderwerpen uit de cursus voorbij. In deze post: Lutherse belijdenisgeschriften.
In deze cursus leek mij dit niet het spannendste onderwerp. Toch bleek al gauw hoe belangrijk de belijdenisgeschriften waren en nog zijn. Luther moest duidelijk maken waarin zijn ideeën verschilden met die van de rooms-katholieke kerk en hij moest duidelijk maken wat de kernpunten waren van zijn nieuwe reformatorische beweging. Zo ontstond in 1530 de Augburgse Confessie. Hoewel er nog meer belijdenisgeschriften kwamen, bleef de Augburgse Confessie het meest normgevend en gezaghebbend. Ook bij het ontstaan van de Lutherse kerk in Antwerpen en later in ons land vormde dit belijdenisgeschrift de grondslag van de lutherse kerk. De term “Luthers” werd aanvankelijk helemaal niet gebruikt maar men gebruikte de uitdrukking “toegedaan de Auburgse Confessie”.
Het is wel grappig dat de streng gereformeerden bij het ontstaan van de protestante kerken in Nederland nog helemaal geen belijdenisgeschriften bezaten. De lutheranen van nu beschouwen ‘vrijheid’ als één van de belangrijkste eigenschappen van hun traditie. Vroeger was dat dus anders, toen waren de lutheranen al gebonden aan hun confessie en noemden zij zich daarom de kerk met de ‘zuivere’ leer. De belijdenisgeschriften van de gereformeerden ontstonden in 1561 (Nederlandse geloofsbelijdenis), 1563 (Heidelbergse catechismus) en in 1618 (Dordtse leerregels). Later ontwikkelde de lutherse kerk zich tot een kerk die ondogmatisch genoemd mag worden, vrij van binding aan confessie of leerstelligheid.
Bij het ontstaan van de Protestante kerk in Nederland werden de lutherse belijdenisgeschriften opgenomen in de nieuwe kerkorde. Op die manier laat het kleinste kerkgenootschap het eigene van de lutherse traditie zien.
De kerkorde verwoordt dat als volgt: “Het belijden van de kerk geschiedt in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht zoals die is verwoord … in de Onveranderde Augsburgse confessie en de catechismus van Luther.” Tevens worden de theologische verklaring van Barmen en de Konkordantie van Leuenberg erkend.