Strobelorgel
Het orgel van de Lutherse kerk in Haarlem is gebouwd door de Thüringer orgelbouwer Julius Alexander Strobel (1814-1884). Hij trad in 1832 in dienst bij de Duitse orgelbouwer Buckow te Hirschberg, in1838 bij Kreutzbach te Borna en in 1839 bij Schulze te Paulina. In 1843 begon hij zijn eigen bedrijf te Frankenhausen. Hij bouwde circa vijftig orgels met name in Thüringen en Sachsen-Anhalt. Verder bouwde hij één orgel in Polen, één in Zuid-Afrika en drie in Nederland.

Het orgel van de Lutherse kerk te Haarlem is het enige Strobel-orgel wat Nederland nog rijk is. Overgebleven delen van het Strobel-orgel van de Bakenesserkerk te Haarlem zijn gebruikt voor de reconstructie van het orgel. Strobel leverde het orgel in de Lutherse kerk op in 1882. Het werd in gebruik genomen in de ochtenddienst van twintig augustus. Reeds 1895 werd het orgel schoongemaakt door orgelmaker Gabry uit Gouda.
Zijn collega Maarschalkerweerd wijzigde in 1902 de voor Strobel typerende van klepjes voorziene steminrichting in expressions. De orgelbouwer Pels bouwde het orgel rigoureus om in 1948. De mechanische tractuur werd verwijderd en maakte plaats voor een modern elektrisch overbrengingssysteem. Al de houten pijpen werden verwijderd en een derde manuaal werd aangebracht. Deze verbouwing was geen succes. In 1974 begaf het orgel het en zweeg tot 2001.
Samen met de orgeladviseur Hans van Nieuwkoop reisde de orgelmaker Sicco Steendam diverse malen af naar Duitsland om Strobel orgels te bekijken, te beluisteren en op te meten. Na een restauratie / reconstructie van vijtien maanden door orgelmakers Steendam werd het unieke orgel van de Lutherse kerk te Haarlem weer in gebruik genomen in de middagdienst van 1 april 2001.
