Emerging church: onrust in de wachtkamer

Er is een hoop te doen rond vernieuwing in en van de kerk. Twee weken geleden nog kwam er een brief van scriba Arjan Plaisier in het kader van de vijfde verjaardag van de PKN. Daarin wordt nog maar eens het verlangen uitgesproken naar de vernieuwende werking van de Heilige Geest. “Kom Heilige Geest, vernieuw uw kerk.”

Een mooi gebed. Maar laten we eerlijk zijn, vaak wordt vernieuwingsdrift deels gevoed door onzekerheid, onvrede of zorg over een bestaande situatie. In deze tijd, en zeker in West-Europa speelt daarbij vrijwel altijd de marginalisering van de kerk een rol. Kerkgenootschappen verliezen leden. Kerkgebouwen worden afgebroken of omgebouwd tot appartementen. De centen raken op. Erfgoed moet worden losgelaten. En als het even tegenzit valt een gemeente uiteen. Ook in onze gemeente zijn er mensen die mee kunnen praten over wat het betekent als een gemeente ophoudt gemeente te zijn.

Toch is dat laatste eigenlijk wel zó vreemd. Het klopt niet, en dat brengt een zwakte aan het licht die helaas maar al te vaak (ik zal niet zeggen overal, maar voorbeelden zijn er te veel) voorkomt in kerken: de gemeenschapsvorming is kennelijk niet erg diep geworteld. Het lijkt wel alsof de relatie met het kerkgebouw soms hechter is dan die met medegemeenteleden.

ploeterenpionieren

Een tegengeluid klinkt echter steeds meer op plekken waar de vernieuwingsdrift toeslaat. Twee weken geleden verscheen ‘Ploeteren en Pionieren‘ van Martijn Vellekoop en Nico-Dirk van Loo. Een boek dat in allerlei opzichten herkenbaar is, uitdaagt, inspireert, de nuance met vlagen verliest in spitsvondige formuleringen, en in één middag is uit te lezen. Bovenal een boek dat laat zien hoe belangrijk relaties tussen mensen zijn in de gemeenschap van Jezus Christus.

Emerging church

Het boek draait helemaal om nieuwe vormen van kerk zijn, die de auteurs scharen onder het label ‘emerging church’. Dat heeft vast wat extra uitleg nodig. Zelfs een lange blogpost is daar te kort voor, dus het wordt flink afsnijden hier en daar. Emerging church is een term waarvan de wortels met name in de Angelsaksische wereld liggen, en die zich – of dat nu lastig is of niet – niet gemakkelijk laat definiëren. Niemand weet precies wat emerging church is, maar Vellekoop en Van Loo geven met het boek ongetwijfeld wel richting aan de invulling die de term in het Nederlandse taalgebied krijgt. Emerging church laat zich misschien het beste omschrijven als een beweging of conversatie. De auteurs zelf laten een aantal opties open. Ze spreken over de emerging church beweging, die je kunt zien als netwerk (“van mensen die anderen in contact met Jezus willen brengen en het Koninkrijk van God tastbaar willen maken”) of als gesprek (“dat steeds weer bij andere onderwerpen stilstaat”). Op internet is voor Nederland, naast allerlei individuele weblogs het Emerging Netwerk de centrale plek voor emerging, omringt door een wolk van geïnteresseerden die iets van verwantschap voelen, zoals de Haarlemse predikanten Jos Douma en Norman Viss.

Als beweging, netwerk, en gesprek gaat emerging church door muren van kerkgenootschappen heen, is er geen centrale aansturing of organisatie (hoewel, wel een select aantal actieve ‘stemmen’) en geen vaste theologische lijn (en, ja, ik weet dat veel emergers wel bepaalde voorkeurstheologen hebben, en soms vraagtekens oproepen. Wellicht in een latere post wat meer daarover). In Nederland geeft Johan ter Beek op zijn blog emergingchurches.nl het theologische gesprek over emerging church vorm. Maar zijn theologische accenten worden zeker niet door alle ‘emergers’ uit Ploeteren en Pionieren gedeeld – waar hij ook helemaal niet op uit is.

Hoewel bij veel ‘emergers’ een kritische houding bestaat ten aanzien van de gevestigde, traditionele kerken, is het een valse tegenstelling om emerging church en gevestigde kerken tegenover elkaar te zetten. Initiatieven die door initiatiefnemers of anderen het etiket ‘emerging’ krijgen, zijn te vinden in hele vrijzinnige gemeenten, maar ook in streng-orthodoxe kringen. Zo kan het dat in de Verenigde Staten vanuit evangelicale en orthodoxe hoek sterke kritiek wordt geuit op emerging church (met name op de zogeheten Emergent Church, zoek eens op YouTube…) terwijl andere evangelicale en orthodoxe kerken nieuwe initiatieven als ‘emerging’ bestempelen (zie hier [link]). En een derde alweer de teloorgang van die tweede groep initiatieven voorspelt.

Toch is er wel een grootste gemene deler binnen emerging. De basis is de overtuiging dat de samenleving in de afgelopen decennia een transitie heeft doorgemaakt (of nog aan het doormaken is) van een moderne naar een postmoderne maatschappij. Daarmee wereldberoemd geworden filosofen hebben een begrippenkader voor postmodernisme uitgedacht (wie meer wil lezen start eens bij de Franse filosofen Michel Foucault en Jean-Francois Lyotard). Over postmodernisme valt veel te zeggen, en nog veel meer te discussiëren, maar twee essentiële ideeën uit het postmodernisme zijn van belang. Ten eerste, de veronderstelling dat de menselijke vermogens om waarheid te bevatten en uit te drukken beperkt zijn. Ten tweede, een streep door de gedachte dat er allerlei eenduidige en universele oplossingen te vinden zijn voor problemen in de wereld, en daarmee door het idee dat onze samenleving ‘maakbaar’ is.

De kritische lezer begint zich hier misschien wat ongemakkelijk te voelen. Riekt dit niet naar een ontkenning van Gods Waarheid en de geldigheid van het evangelie als dé oplossing van God voor een gebroken wereld? Nee. Dat is niet hoe emerging zich (over het algemeen) verhoudt tot het postmodernisme. Veel meer ziet emerging de opkomst van het postmodernisme juist in hele concrete houdingen, waarden, standpunten en verwachtingspatronen van mensen terug. Martijn Vellekoop en Nico-Dirk Van Loo maken dat duidelijk met een schemaatje waarin ze verschuivingen ten opzichte van het modernisme beschrijven. Bijvoorbeeld, het modernistische “Als we de waarheid kennen, kunnen we van de wereld een perfecte plek maken” naar het postmoderne “Als mensen zijn we beperkt, we gaan geen weg vinden om de aarde perfect te maken”. Of van “Wie bekleed is met gezag en logisch spreekt, wil ik volgen als mijn leider” naar “Alleen degene die in zijn leven waarmaakt wat hij zegt, heeft mij wat te vertellen”. En op de achtergrond zoemt telkens het opkomende individualisme rond. Het zijn allemaal verschuivingen die in de praktijk niet zo rigide en universeel zijn als een schema doet geloven. (Maar ook dat is een postmoderne constatering.)

Emerging church is het netwerk en gesprek dat in de verschuiving naar het postmodernisme zoekt naar manieren om het evangelie te communiceren en mensen met Jezus in contact te brengen. De gedachte is daarbij overigens sterk dat het gros van de traditionele en evangelische kerken in het modernisme zijn ontstaan en zijn blijven hangen. (Lees ook eens hier [link].) En bovendien niet of slechts met moeite om kunnen gaan met een plek in de marge in plaats van in het centrum van de samenleving. Hoewel Nederlandse Lutheranen zich waarschijnlijk juist wel wat gemakkelijker met de marge identificeren – als kleine geloofsgemeenschap die het lang met een gedoogstatus moest doen en zich nooit echt in een bepaalde ‘zuil’ van de verzuilde Nederlandse samenleving heeft gepositioneerd. Of dat nu terecht of onterecht is, weinig Nederlandse Lutheranen zullen zich dan ook verwant voelen met de term ‘christelijke subcultuur’ die Vellekoop en Van Loo telkens met de traditionele kerk in verband brengen.

Het Koninkrijk zichtbaar maken

Maar genoeg over abstracte begrippen. In de voorbeelden van nieuwe manieren van kerk zijn, die in Ploeteren en Pionieren worden uitgewerkt , is de postmoderne component ook lang niet altijd zichtbaar. En daar  is het de auteurs gelukkig helemaal niet om te doen. De Gebedswinkel in Woerden, waar iedereen binnen kan lopen voor gratis internet, een kop koffie, een gesprek en gebed. Thugz Church in Rotterdam, waar spontaan een nieuwe gemeenschap is ontstaan vanuit een jongerencentrum. Momentz in het Westland, een kerk zonder kerkdiensten, maar met veel ontmoetingen. Het zijn eerst en vooral hele praktische initiatieven om nieuwe mensen op nieuwe manieren met Jezus Christus in contact te brengen. Naar buiten treden en het Koninkrijk zichtbaar maken in een wereld die dat Koninkrijk niet kent en ook niet verwacht.

‘Incarnationeel’ noemen de auteurs de missionaire benadering van de nieuwe initiatieven. Ze stappen als gemeenschap de wereld in en stellen de vraag wat ze voor de omgeving kunnen betekenen. Die benadering zetten Vellekoop en Van Loo tegenover de ‘attractionele’ benadering die er vooral op gericht is op het aantrekkelijk maken van de kerk voor buitenstaanders, bijvoorbeeld door laagdrempelige diensten te houden of bijeenkomsten voor bepaalde doelgroepen.

De drive om Jezus niet alleen aan te nemen, maar ook navolger te zijn, is kenmerkend voor de ‘emerging’ pioniers. (Hoewel zeker niet exclusief.) Volgens de auteurs wil het doen van wat Jezus opdraagt nog wel eens het ondergeschoven kindje zijn in veel kerken. Ik schrijf het dan nog mild. “De kerk is niet bedoeld als wachtkamer waar we zingen en pepermunt eten totdat we naar de hemel gaan” is de uitdagende woordkeuze van de emergers. Dat van de pepermunt slaat hier [link] op.

Navolging

Nadruk op navolging van Jezus dus. Dat roept misschien een wat nonchalante ‘been there, seen that’ houding op. Want, zijn de emergers niet gewoon de Rotterdammers onder de christenen met een ‘niet lullen, maar poetsen’ mentaliteit. (Hoewel?) Leidt een nadruk op navolging, met z’n onherroepelijke dadendrang, niet al snel tot een soort sociaal evangelie, waarin de mens helemaal zelfstandig een betere wereld moet bewerkstelligen? Of juist tot een terugkeer naar het idee dat de mens via ‘goede werken’ de gunst van God moet verdienen? Een gedachte waar Luther radicaal mee afrekende.

Het waarschijnlijk beste antwoord: voor sommige (buitenlandse) emergers wel. Maar over het algemeen niet, en voor de schrijvers van ‘Ploeteren en Pionieren’ zeker niet. Die zien het doen van Jezus’ woorden juist als een verrijking van hun begrip van en voor Jezus. Dat lijkt me een bijzonder waardevol en waar perspectief. Jezus volg je niet na om iets te verdienen van God, maar omdat je door navolging een groter besef van Gods Koninkrijk krijgt. Jezus volgen is een zegen. Stiekem denk ik, je hoeft geen pionier en geen emerger te zijn om te weten dat dat waar is. Toch is het nodig dat we elkaar er aan blijven herinneren.

Ploeteren en Pionieren laat zien hoe sterk het doen van Jezus’ woorden te maken heeft met relaties en ‘gewoon jezelf zijn’. De pioniers die aan het woord komen, vertellen vooral over hun eigen ervaringen, beleving, moeiten en uitdagingen. Niet structuren of organisatorische zaken staan voorop, maar het verhaal van de pioniers zelf, van hun wandel met en zoektocht naar God, en van de mensen die zij ontmoe(t)ten. Daarin schuilt voor mij de kracht van Ploeteren en Pionieren. Niet in handreikingen voor nieuwe vormen van kerk zijn. Niet in een afbakening van wat wel en niet ‘emerging church’ is. Niet in een discussie over modern en postmodern of de inflatie aan post-vormen (post-evangelisch, post-christendom, post-gereformeerd). Maar in de ontmoeting van mensen, die elkaar en God (vaak ongevraagd en onverwacht) tegenkomen omdat ze de woorden van Jezus willen doen. Ik herken er dromen in die leven bij leden van onze gemeente. De boodschap is simpel: ga het gewoon doen, er kon best eens zegen voor anderen en jezelf van uitgaan.

4 Reacties Voeg toe

  1. Paul Abspoel

    Bedankt voor deze mooie en grondige bespreking! Mooi om te zien hoe het gesprek over de kerkmuren heen op gang komt en daar helpen al die blogs natuurlijk geweldig bij. Ik houd een oogje op dit blog en misschien kunnen we IRL eens kennismaken. Hartelijke groet van een geboren en getogen Haarlemmer (tevens uitgever van dit boek)

    Beantwoord
  2. relirel

    Goed stuk. Knap dat je zoveel zaken aanhaalt in een artikel en toch een helder verhaal kunt vasthouden. Het is mooi om te zien dat de ideeën van Emerging Church steeds meer aandacht krijgen, ook binnen `gevestigde’ kerken. Ik ben voor een dialoog en tegen polarisering.

    groet,

    peTer

    Beantwoord
  3. Martinus

    Opvallend dat ook de Luthersen nu aandacht aan de ECB geven?
    In CV-Koers van deze maand, in het artikel over de GloboChrist, van Emerger Nico-Dirk van Loo, werd Luther himself toevallig aangehaald (pag. 54 onderaan); we zouden ‘kleine christussen’ voor elkaar moeten zijn. En dat terwijl N.T. Wright en co. juist tegen de rechtvaardigingsleer van Luther zou ingaan.
    Overigens schijnen er Luthersen te zijn die in hun theologie niet per se Luther ‘aanhangen’, maar dat terzijde.
    Misschien zijn we met z’n allen de kluts een beetje kwijt. In het propagandablaadje van de Jehova Getuigen wordt orthdoxe theoloog F.F. Bruce meer dan eens aangehaald als groot bijbelgeleerde die de waarheid van de bijbel en der J.G. academische back up moet verlenen. Binnen de Nederlandse ECB bespeur ik een zekere mate van Orwelliaanse double speak. Men gebrukt allerlei mooie woorden, maar wat wil men nu eigenlijk echt zeggen en bereiken?
    Joost mag het weten en Johan mag het zeggen!

    Beantwoord

Laat een reactie achter