Doorgegeven (4): Ontboezeming

Geplaatst op 26-05-2010 door Sietse Van Kammen

« Terug naar Doorgegeven (3): Lofrede

In januari stond bij de leeskring Doorgegeven het hoofdstuk ‘Voorlopige ontboezeming’ uit Kierkegaards ‘Vrees en Beven’ op het programma. Het is de bedoeling van Kierkegaard om het dialectische dat in het verhaal van Abraham schuilgaat (en dat licht werpt op wat geloof en geloven is) naar voren te halen aan de hand van drie problemata.

‘Problemata’ kun je vertalen met ‘problemen’; in filosofische zin zijn het pogingen om het problematische juist verwoord te krijgen. Maar, voordat het zo ver is, wil Kierkegaard eerst, in een soort tussenhoofdstuk, een voorlopige ontboezeming aan ons kwijt.

Hij ‘bekent’ dat hij Abraham slechts kan bewonderen. Maar volgen (zowel naar de Moria al in zijn ‘beweging van het geloof’) kan hij niet. ‘Ik kan de beweging van het geloof niet maken, ik kan mijn ogen niet sluiten en mij vol vertrouwen in het absurde storten. Het is mij onmogelijk, maar trots ben ik daar niet op.’ (Trots, alsof hij het geloof overwonnen zou hebben.) Wel stelt Kierkegaard ervan overtuigd te zijn dat God liefde is. Deze gedachte heeft voor hem een oorspronkelijk en een door niets op te heffen geldigheid. ‘Maar ik geloof niet. Daarvoor ontbreekt me de moed.’

Kierkegaard stelt dat Gods liefde incommensurabel (onvergelijkbaar, onderling onmeetbaar) is met heel de werkelijkheid. Verder doet hij uit de doeken dat het hem niet aan het vermogen ontbreekt om te resigneren (afstand te doen). Zo zou hij, in Abrahams schoenen staand, Gods oproep hebben beantwoord om ook af te reizen naar de berg Moria. ‘Ook het mes had ik niet vergeten, om daarmee enig uitstel te winnen. Maar tegelijk weet ik wat ik verder nog gedaan zou hebben. Op hetzelfde moment dat ik mijn paard besteeg, zou ik tegen mezelf hebben gezegd: ‘Nu is alles verloren, God eist Isaak op, ik zal hem offeren, en met hem al mijn vreugde.”

Hierin laat hij zien dat resigneren (afstand doen van wat onmiddellijk comfortabel is, maar wat je weghoudt bij je bestemming) en geloven niet hetzelfde zijn. Het eerste kan Kierkegaard omdat hij zichzelf serieus neemt en zich weigert te narcotiseren met lafheid en het zoeken van uitvluchten. Het tweede niet. Geloven is vasthouden aan de uitkomst zonder deze voor ogen te zien.

Er is om te resigneren geen geloof nodig, zegt Kierkegaard. Dit in weerwil van wat men vaak denkt (ascese, onthouding). De resignatie houdt hiermee verband dat ieder mens ertoe geroepen is zijn eigen censor (beoordelaar) ter zijn. “Deze beweging [de beweging van de resignatie] maak ik door mezelf en wat ik daarmee win is mijn zelf in mijn eeuwige bewustzijn. Door het geloof doe ik nergens afstand van. Integendeel, door het geloof verwerf ik alles, en wel precies in die zin als gezegd wordt dat wie geloof heeft zo klein als een mosterdzaadje, bergen verzetten kan (Matteüs 17).” Verderop verwoordt Kierkegaard: “Door het geloof deed Abraham geen afstand van Isaak, maar door het geloof verkreeg hij Isaak.”

Het geloof brengt hem de toekomst. Een toekomst die hij niet ziet, maar die God hem belooft (zonder deze in het vooruitzicht te stellen!). “Door het geloof”, vat Kierkegaard samen, “verkrijgen wij, krachtens het absurde.”

De kritiek op het bestaan verplicht ons paal en perk te stellen (te resigneren). Maar met en voor God bestaan doen wij daarmee nog niet. Kierkegaard: “Laten we dan een streep halen door Abraham, of leren verschrikt te raken door die ontstellende paradox die de betekenis van zijn leven uitmaakt, zodat we zullen begrijpen dat onze tijd, blij mag zijn als hij geloof heeft.” Het geloof, besluit Kierkegaard, is een paradox waarvan geen denken zich meester maakt, omdat het geloof juist daar begint waar het denken ophoudt.

1 reactie op “Doorgegeven (4): Ontboezeming”

  1. WILLEM JAN DEN BESTEN zegt:
    21-08-2010 om 10:12 uur

    IK BEN NU IN COPENHAGEN
    EN WE ZIJN BIJ HET GRAF GEWEEST,
    VAN PR. KIERKART
    GROETJES WILLEM JAN

Laat een reactie achter