Op Goede Vrijdag herdenken wij het lijden van Christus. Christus die door zijn sterven de mensheid verlost van haar schuld. Tijdens deze gezamenlijke viering op 2 april wordt de cantate ‘Jesu meines Lebens Leben’ geschreven door Buxtehude (1637-1707) uitgevoerd. Deze cantate verhaalt over Jezus’ lijden en besluit elk couplet met een dankbetuiging.
De strofen zijn gebaseerd op het gelijknamige passiegezang uit de bundel ‘Geistlichen Lieder’ van E. Chr. Homburg. In het Liedboek voor de Kerken is van deze tekst een vertaling te vinden van J.W. Schulte Nordholt (Gezang 182). In de eerste maten van de aria wordt de oorspronkelijke melodie van W. Fabricius in de sopraanpartij geparafraseerd. Buxtehude schreef dit werk als zogenaamde ‘chaconne’, een repeterend basthema van acht noten. Het repeteren van het thema refereert aan de tekst ‘tausendmal… Dank’.
Boven dit thema, dat in totaal 41 keer klinkt, is de tekst van het lied met verschillende stemmen en combinaties uitgewerkt als een reeks variaties. De cantate opent met een Sinfonia, die het karakter van de compositie inleidt. In de chaconne verbindt het orkest de koorvariaties met fijnzinnige ritornellen. Buxtehude slaagt erin woorden als ‘Wunden schlagen, ‘Plagen,’ ‘Dornen,’ and ‘Zittern’ door middel van retorische technieken beeldend te verklanken. De muziek van deze aria gaat, evenals haar tekst, rechtstreeks tot het hart, en mag vanwege haar ontwapenende schoonheid gerekend worden tot één van de mooiste werken van de componist. De cantorij en strijkers ensemble staan onder leiding van Klaas Koelewijn..
Jesu meines Lebens Leben |
|
1.Jesu, meines Lebens Leben, |
2.Du, ach! Du hast ausgestanden |
3.
|
4.Man hat dich sehr hart verhöhnet, |
5.Ich, ich danke dir von Herzen, |
Prachtig, dat op deze wijze een ieder gelegenheid krijgt de volle tekst die hoort bij de cantate van Buxtehude rustig te lezen!
Kleinigheidje:
In de plaats van “Seenot” gelieve men te lezen: “Seelennot”.
Scherp. Is meteen aangepast.